Corona compensatiemaatregelen

Actueel overzicht voor ondenemers

Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) (31 maart 2020)

Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft dinsdag 31 maart 2020 de voorwaarden van de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) bekendgemaakt.

De regeling dient aangevraagd te worden bij het UWV. Het UWV streeft ernaar dat bedrijven vanaf 6 april een aanvraag kunnen indienen. De aanvraagperiode loopt tot en met 31 mei 2020. Werkgevers geven bij de aanvraag de verwachte omzetdaling op. Als UWV positief oordeelt, keert UWV een voorschot van 80% uit. Dat gebeurt in drie termijnen. Het eerste deel van het voorschot wordt uitgekeerd binnen twee tot vier weken na de indiening van de aanvraag, al verwacht UWV dat dit voor de meeste bedrijven sneller kan.

Binnen 24 weken na afloop van de periode waarover de NOW is toegekend, dient de werkgever vaststelling van de subsidie aan te vragen. In beginsel is hiervoor een accountantsverklaring vereist. Vervolgens zal UWV binnen 22 weken een eindafrekening doen. Die kan hoger of lager uitvallen dan bij de eerste opgave werd verwacht

Al ingediende aanvragen voor werktijdverkorting worden beschouwd als ingediende aanvragen voor de nieuwe regeling. Hiervoor zal aanvullende informatie worden opgevraagd bij werkgevers.

Bedrijven die gedurende drie maanden ten minste 20 procent omzetverlies hebben, kunnen met de NOW vanaf 1 maart een tegemoetkoming van maximaal 90 procent van de loonsom krijgen naar rato van de omzetdaling. Bij een omzetverlies van 100 procent is dat 90 procent, bij bijvoorbeeld 50 procent omzetverlies wordt dat dan 45 procent van de totale loonsom. Voorwaarde is dat werkgevers hun medewerkers hun reguliere salaris blijven doorbetalen en dat bedrijven tijdens de periode dat er subsidie wordt ontvangen geen aanvraag doen voor ontslag om bedrijfseconomische redenen.

De regeling is ook van toepassing op werknemers waarvoor geen loondoorbetalingsplicht geldt zoals oproepkrachten.

Omzet

In de regeling spelen twee variabelen een grote rol: de omzet en de loonsom. Hoe hoger het omzetverlies, hoe hoger de tegemoetkoming in de loonsom voor de werkgever. Om de hoogte van het omzetverlies te bepalen, moeten werkgevers eerst hun totale omzet uit 2019 delen door vier. Zij vergelijken dat vervolgens met de omzet in maart-april-mei 2020. Maar soms is uitblijvende klandizie pas later terug te zien in de omzetdaling. Daarom kunnen werkgevers ook een periode aangeven voor de omzetvergelijking die één of twee maanden later start.

Als een bedrijf uit een aantal bedrijfsonderdelen (rechtspersonen) bestaat die samen een concern vormen, wordt de omzetdaling van het hele concern aangehouden. Anders kan de organisatie van het concern grote invloed hebben op de hoogte van de subsidie. En het kabinet vindt het daarnaast aan een concern om verantwoordelijk met medewerkers om te gaan als over het geheel genomen geen sprake is van een forse omzetdaling.

Loonsom

Voor de loonsom worden gegevens uit de loonaangifte bij de Belastingdienst gebruikt. Deze neemt UWV automatisch over. UWV neemt hierbij als grondslag het zogenaamde socialeverzekeringsloon. Hier komt voor alle bedrijven dezelfde opslag van 30 procent bovenop voor werkgeverslasten zoals de opbouw van het vakantiegeld, pensioen en de werkgeverspremies. Er zit daarnaast een maximum aan het loon per werknemer van 9538,- euro per maand. Salaris boven dit bedrag wordt niet gecompenseerd. Ruim 98,5 procent van de werkenden valt onder dit maximum.

De loonsom in de subsidieperiode wordt vergeleken met de loonsom van januari zoals bekend bij de Belastingdienst. Als die ontbreekt, wordt de loonsom van november 2019 genomen. Om calculerend gedrag te voorkomen, worden wijzigingen in de loonaangifte van januari die na 15 maart zijn doorgegeven, voor deze regeling niet meegenomen. Vanwege het belang van de loonsom voor de subsidie is het belangrijk dat werkgevers tijdig loonaangifte blijven doen bij de Belastingdienst.

 Flexwerkers

Iedereen voor wie loonaangifte wordt gedaan en verzekerd is voor de WW, ZW of WIA, valt onder de loonsom waarvoor subsidie ontvangen kan worden. Ook het salaris van flexwerkers wordt gecompenseerd, er is geen onderscheid naar contractvorm. Het kabinet roept werkgevers samen met de werkgevers- en werknemersorganisaties op om, indien mogelijk, flexwerkers door te betalen. Als de loonsom krimpt omdat er minder mensen doorbetaald worden, daalt de tegemoetkoming mee.

Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS) (Noodloket € 4.000) (31 maart 2019)

Ondernemers die hun inkomsten geheel of grotendeels zien verdampen door de overheidsmaatregelen om corona te bestrijden, kunnen aankloppen bij een noodloket. Daar kunnen zij een tegemoetkoming van € 4.000 aanvragen. De tegemoetkoming is eenmalig € 4.000 per onderneming. De tegemoetkoming is dus niet per vestiging.

De regeling wordt uitgevoerd door het RVO.

De regeling kan worden aangevraagd van vrijdag 27-03-2020 t/m vrijdag 26-06-2020 via rvo.nl/tegemoetkomingcorona.

Helaas is de regeling niet bedoeld voor alle bedrijfsactiviteiten/sectoren waarin de ondernemers hun inkomen verdienen. Hieronder een overzicht van de bedrijfsactiviteiten/sectoren waarvoor deze regeling geldt:

  • Eet- en drinkgelegenheden: o.a. restaurants, cafetaria, eventcatering, cafés
  • Haar- en schoonheidsverzorging: o.a. kappers, pedicures, visagisten
  • Evenementenlocaties en organisatoren
  • Sauna’s, solaria, zwembaden, fitnesscentra, sportclubs en sportevenementen
  • Bepaalde private culturele instellingen, zoals musea, circussen, theaters, schouwburgen, bioscopen en instellingen voor cultureel onderwijs
  • Rijschoolhouders
  • De reisbranche, zoals reisbemiddelingsbureaus en reisorganisatoren
  • Casino’s
  • Bepaalde groepen ondernemers in de non-food, zoals winkeliers

De lijst met vastgestelde SBI-codes is HIER te lezen

Voor elke bedrijfsactiviteit/sector geldt een SBI-code. SBI staat voor Standaard Bedrijfsindeling en geeft aan wat de hoofdactiviteit van een bedrijf is. De SBI-code van uw onderneming staat in het uittreksel van het handelsregister.

  • Als eenmanszaak kunt u uw SBI-code GRATIS bekijken op de website van de KvK . Hiervoor heeft u wel uw DigiD code nodig.
  • Overige ondernemers kunnen via de KVK HR app ook gratis hun SBI code raadplegen. Via de app kan je 30 producten gratis aankopen.
  • Klanten van Jansen Schepers kunnen hun SBI-code ook opvragen bij hun contactpersoon

Als ondernemers door een verkeerde registratie van een hoofdactiviteit tussen wal en schip dreigen te vallen, zal de overheid per geval bekijken of de ondernemer toch in aanmerking.  Die flexibiliteit is er gelukkig. Wel zal dit vertraging opleveren in de uitbetaling van het bedrag.

Maatwerk bij criteria SBI-codes

Denkt u dat u recht heeft op de TOGS-regeling, maar bent u geregistreerd onder een andere SBI-code in het Handelsregister? Dan kunt u dit melden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). RVO zal per geval naar de registratie kijken.

VOORWAARDEN

Om in aanmerking te komen voor de Tegemoetkoming schade COVID-19, moet u voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Uw onderneming is voor 15 maart 2020 opgericht en ingeschreven in het KVK Handelsregister.
  • In uw onderneming werken maximaal 250 personen. Dit blijkt uit de inschrijving in het KVK Handelsregister.
  • De hoofdactiviteit van uw onderneming is op 15 maart 2020 geregistreerd onder een van de vereiste KVK SBI-codes.
  • Uw onderneming heeft een fysieke vestiging in Nederland. Dit vestigingsadres is geregistreerd in het KVK Handelsregister.
  • Niet-horecaondernemingen verklaren ten minste één vestiging met een ander adres te hebben dan het privéadres van de eigenaar/eigenaren. Bij deze ondernemingen mag het privéadres van de eigenaar/eigenaren dus niet gelijk zijn aan het vestigingsadres.
  • Uitgezonderd zijn horecaondernemingen met SBI-code 56.10.1, 56.10.2 en 56.30. Zij verklaren in elk geval één horecagelegenheid te huren, pachten of in eigendom te hebben.
    Bij deze ondernemingen mag het privéadres van de eigenaar/eigenaren wel gelijk zijn aan vestigingsadres.
  • U geeft bij de aanvraag een bankrekeningnummer op dat op naam van de onderneming staat.
  • Uw onderneming is niet failliet.
  • Uw onderneming heeft geen verzoek tot verlening van surseance van betaling ingediend bij de rechtbank.
  • U verklaart in de periode van 16 maart 2020 t/m 15 juni 2020 een omzetverlies te verwachten van ten minste € 4.000.
  • U verklaart in de periode van 16 maart 2020 t/m 15 juni 2020 ten minste € 4.000 aan vaste lasten te verwachten. Ook na gebruik van andere door de overheid beschikbaar gestelde steunmaatregelen.
  • U verklaart dat u over het huidige en de afgelopen 2 belastingjaren niet meer dan € 200.000 aan overheidssteun heeft ontvangen (de-minimisverordening). Heeft uw onderneming het gehele bedrag van € 200.000 al uitgeput? Dan komt u niet in aanmerking voor de regeling.
  • Uw onderneming verklaart geen overheidsbedrijf te zijn.

Door de enorme drukte is de website niet altijd bereikbaar. Wij bevelen u aan om uw aanvraag wel alvast voor te bereiden door alvast een aantal benodigde gegevens te verzamelen, dit zijn:

  • het KVK-nummer van uw onderneming (let op: niet het vestigingsnummer/RSIN)
  • de SBI-code van de hoofdactiviteit van uw onderneming;
  • het bankrekeningnummer van uw onderneming;
  • het correspondentie- en bezoekadres van uw onderneming;
  • uw contactgegevens: naam, telefoonnummer, e-mailadres.

Wanneer u graag wilt Jansen Schepers de aanvraag voor u verzorgt moeten wij zijn gemachtigd. Deze machtiging wordt bij controles van deze regeling opgevraagd. Het machtigingsformulier kunt u HIER Downloaden. Graag ontvangen wij dit machtigingsformulier getekend en gedateerd retour. Middels onze EHerkenning loggen wij dan in en vragen de regeling voor u aan.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) (31 maart 2020))

Er is een tijdelijke voorziening voor tenminste drie maanden voor inkomensondersteuning voor gevestigde zelfstandig ondernemers en ZZP-ers die door de coronacrisis in de knel zitten. Deze tijdelijke regeling is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz), maar op meerdere punten zijn de voorwaarden veel soepeler.

De regeling geldt tot 1 juni 2020 en werkt terug tot 1 maart 2020. De regeling moet worden aangevraagd in de gemeente waarin de zelfstandige ondernemer woonachtig is. Dus wanneer u pas in mei in de financiële problemen komt, kunt u op dat moment een aanvraag indienen.

 De tijdelijke voorziening bestaat uit:

  1. Maximaal drie maanden  inkomensondersteuning tot aan het sociaal minimum. De uitkering bedraagt maximaal €1.500 netto afhankelijk van het inkomen en gezinssamenstelling.
  2. Een lening voor bedrijfskapitaal van maximaal € 10.517. Dit bedrag dient wel terugbetaald te worden. De lening is binnen vier weken beschikbaar. De rente bedraagt 2%. De maximale looptijd van de lening is 3 jaar. Tot januari 2021 hoeft er niet op de lening worden afgelost.

 Om in aanmerking te komen gelden een aantal specifieke eisen:

  • gevestigde zelfstandigen, vanaf 18 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd;
  • woonachtig en rechtmatig verblijvend in Nederland;
  • Nederlander of daarmee gelijkgesteld;
  • het bedrijf of zelfstandig beroep wordt in Nederland uitgeoefend;
  • voldoet aan wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf, waaronder ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel;
  • is vóór 1 januari 2020 gestart met de onderneming en voldoet aan het urencriterium, d.w.z. minimaal 1.225 uur per jaar werkzaam in het eigen bedrijf of zelfstandig beroep;
  • woonachtig in de gemeente, waar aanvullende inkomensondersteuning wordt aangevraagd. 
  • In het bezit van meer dan 50% van de aandelen, alleen of samen met eventueel andere in de BV werkzame personen. De regeling geldt dus ook voor DGA’s!

 Weet u het niet zeker bekijk dan HIER of u aan in aanmerking komt voor de regeling

 Vanwege de bijzondere situatie wordt is de regeling op de volgende punten soepeler dan de Bbz-regeling:

  • De toets op levensvatbaarheid wordt niet toegepast, waardoor een snelle behandeling van aanvragen mogelijk is. 
  • Daarmee wordt binnen 4 weken voor een periode van maximaal 3 maanden inkomensondersteuning voor levensonderhoud verstrekt. Daarbij kan er met voorschotten worden gewerkt.
  • De inkomensondersteuning voor levensonderhoud hoeft later niet terugbetaald te worden.
  • Er is in deze tijdelijke regeling geen sprake van een vermogens- of partnertoets. 
  • Bij de verstrekking van een lening voor bedrijfskapitaal wordt de mogelijkheid tot uitstel van de aflossingsverplichting opgenomen. 
  • Bij de verstrekking van een lening voor bedrijfskapitaal wordt een lager rentepercentage gehanteerd, dan in het Bbz geldt. De gehanteerde rente is nog niet bekend.

 De aanvraag kan sinds 23 maart bij steeds meer gemeenten worden aangevraagd. Voor meer informatie over het aanvragen verwijzen wij naar de instructies op website van uw eigen gemeente. Deze site met instructies kunt u HIER opzoeken per gemeente.

Uitstel van betaling bij de belastingdienst (20 maart 2020)

Voor alle aanslagen inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting en loonbelasting kan bijzonder uitstel van betaling worden aangevraagd.

Deze regeling geldt voor alle ondernemingen die door het coronavirus in liquiditeitsproblemen komen.

De Belastingdienst geeft ondernemers die uitstel van hun belastingen aanvragen vanwege de coronacrisis, direct drie maanden uitstel zonder dat er bewijzen mee hoeven te worden gestuurd. Dat is een verdere versoepeling van eerder aangekondigde maatregelen.

Er moet een brief naar de Belastingdienst worden gestuurd waarin staat dat er betalingsproblemen zijn door corona. De fiscus stopt zodra het bericht binnen is direct met invorderen. Als ondernemers langer dan drie maanden uitstel willen, dan is een derdenverklaring wel verplicht. Die verklaring kan later worden ingediend. Hiervoor geldt een periode van 4 weken. Er vindt nog een nadere uitwerking plaats van wat de inhoud moet zijn van de verklaring van deze deskundige. Een deskundige is bijvoorbeeld een notaris of een brancheorganisatie.

Wanneer uitstel aanvragen?
Er kan voor alle aanslagen inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting (btw) en loonheffingen uitstel worden aangevraagd. Dit betekent dat er eerst een aanslag moet zijn ontvangen, voordat het uitstel kan worden aangevraagd.

In het noodpakket was al opgenomen dat boetes voor het niet op tijd betalen van btw of loonheffing worden geschrapt en de invorderingsrente en de belastingrente beide naar bijna 0 procent gaan.

Het verzoek om uitstel met motivering moet worden opgestuurd naar: Belastingdienst, Postbus 100, 6400 AC Heerlen

Download hier onze (voorbeeld) brief
(Voorbeeld) brief uistel van betaling belastingen

Let op!

  • Blijf aangifte doen van alle belastingen.
  • Is er echt sprak van zwaar weer, dan is het aan te bevelen om ook de betalingsonmacht te melden bij de Belastingdienst. Hiermee voorkomt u dat u bij een faillissement van de onderneming aansprakelijk kunt worden gesteld voor de loon- en omzetbelastingschulden van de onderneming.

Invorderingsrente en belastingrente
De invorderingsrente van 4% en de belastingrente van 4% of 8% wordt tijdelijk verlaagd naar 0,01% (een percentage van 0,0% is technisch niet mogelijk).
Deze verlaging van invorderingsrente, die bijvoorbeeld verschuldigd is bij uitstel van betaling, gaat in op 23 maart 2020.
De belastingrente wordt voor alle ondernemers/ondernemingen verlaagd vanaf 1 juni 2020. Voor de inkomstenbelasting geldt de verlaging vanaf 1 juli 2020.

Verlaging van de voorlopige aanslag (17 maart 2020)

Verwacht u een lagere winst door de uitbraak van corona en is er al een voorlopige aanslag
inkomstenbelasting 2020 of vennootschapsbelasting 2020 opgelegd? Dan kan de voorlopige aanslag
worden verlaagd. Het verzoek tot aanpassing dient digitaal ingediend te worden.

Banken geven kleinere bedrijven half jaar uitstel van aflossingen (20 maart 2020)

Kleinere Nederlandse ondernemingen met een financiering tot 2,5 miljoen euro kunnen een half jaar uitstel krijgen van de aflossing op hun leningen. Dat zijn ABN AMRO, ING, Rabobank, de Volksbank en Triodos Bank overeengekomen, meldt de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) donderdag.

De maatregel heeft als doel om kleinere ondernemingen wat lucht te geven en is bedoeld als aanvulling van het noodpakket dat dinsdag werd gepresenteerd door het kabinet. Door de uitbraak van het coronavirus komen veel MKB-bedrijven in de knel door het teruglopende aantal consumenten.

De banken zijn nog in gesprek over maatregelen voor grotere bedrijven, met een financiering van boven de 2,5 miljoen euro. “Het gaat hierbij om een minimumregeling waarop banken aanvullend maatwerk kunnen leveren voor zakelijke klanten”, aldus de NVB.

ABN AMRO
Klanten met een lopend krediet tot 2,5 miljoen euro zes maanden uitstel van rente en aflossingen. In april tot en met september worden voor deze bedrijven geen betalingen voor aflossing en rente geïncasseerd. Zij kunnen deze termijnen later voldoen. Is er geen uitstel nodig, dan dient dit te worden gemeld bij uw eigen bank. Doe dit uiterlijk 31 maart!

Rabobank en ING
Klanten van de Rabobank en ING dienen zelf uitstel van rente en aflossingen aan te vragen. Er wordt maximaal 6 maanden uitstel verleend.
Uitstel bij de Rabobank kan worden aangevraagd via de website van de Rabobank

Klanten bij ING dienen zelf contact op te nemen met de bank om afspraken te maken. Meer informatie is te vinden op de speciale pagina ING.

Particuliere hypotheek of lening bij de ABN AMRO (20 maart 2020)

Heeft u een hypotheek of lening bij ABN AMRO en maakt u zich zorgen, dat u uw maandlasten (tijdelijk) niet kunt betalen door de coronacrisis? Binnenkort kunt u voor 3 maanden uitstel van betaling aanvragen. De details en voorwaarden zijn nog niet bekend. Houdt hiervoor de website van de ABN AMRO bank in de gaten.

Heeft u een hypotheek of lening bij een andere bank en maakt u zich ook zorgen, dat u uw maandlasten (tijdelijk) niet kunt betalen door de coronacrisis? Houdt de website van uw bank in de gaten. Alle banken zijn momenteel bezig te onderzoeken hoe zij u op enigerlei wijze tegemoet kunnen komen.

Rentekorting kleine ondernemers op microkredieten (19 maart 2020)

Microkredietenverstrekker Qredits financiert en coacht een grote groep kleine en startende ondernemers, die via de bank vaak moeilijk aan financiering komen. Te denken valt aan ondernemers in de horeca, detailhandel, persoonlijke verzorging, de bouw en zakelijke dienstverlening. Qredits stelt een tijdelijke crisismaatregel open: voor kleine ondernemers die geraakt worden door de coronaproblematiek wordt uitstel van aflossing aangeboden voor de duur van zes maanden en de rente gedurende deze periode automatisch verlaagd naar 2%. Het kabinet ondersteunt Qredits voor deze maatregel met maximaal 6 miljoen euro.

De arbeidsrechtelijke gevolgen voor uw medewerkers (17 maart 2020)

Het is een hot item: het coronavirus. Het RIVM roept vrijwel dagelijks nieuwe maatregelen in het leven en dat heeft onder andere (grote) gevolgen voor werkend Nederland. Wanneer heeft een medewerker bijvoorbeeld recht op loon? Wat als een medewerker een kind heeft dat door sluiting van de school thuis moet blijven? En wat moet u doen als u een zieke oproepkracht heeft? Deze en andere arbeidsrechtelijke vragen en antwoorden hebben we voor u op een rij gezet.


Heeft een medewerker die preventief wordt thuisgelaten recht op loon?
Ja, als u als werkgever de medewerker verzoekt of verplicht om preventief thuis te blijven, dan heeft de medewerker recht op doorbetaling van loon. Als werkgever bent u echter wel verplicht om voor een veilige werkplek te zorgen. Is er gegronde vrees dat een medewerker besmet is of besmet kan worden? Dan kunt u als werkgever de medewerker verplichten om thuis te werken. In de overige gevallen is het van meerdere factoren afhankelijk of de medewerker thuis mag en kan werken.

Mag een medewerker die niets mankeert zelf beslissen preventief thuis te blijven?
Nee, behalve bij gegronde vrees voor besmetting op het werk. Blijft de medewerker zonder goede reden thuis? Dan heeft hij geen recht op loon.
Als werkgever bent u echter wel verplicht om voor een veilige werkplek te zorgen. Is er gegronde vrees dat een medewerker besmet is? Dan kunt u als werkgever de medewerker verplichten om thuis te werken. In de overige gevallen is het van meerdere factoren afhankelijk of de medewerker thuis mag en kan werken.

Heeft een medewerker die in quarantaine zit (maar niet ziek is) recht op loon?
Ja, als de medewerker in quarantaine zit en thuis kan werken, heeft hij recht op loon.

Hoe zit het met een medewerker die ziek is?
Heeft u een zieke medewerker? Dan is de Wet Poortwachter van toepassing en moet er gehandeld worden conform het ziekteverzuimprotocol van uw organisatie. Ook het loon moet dan conform de arbeidsovereenkomst/CAO/wet worden doorbetaald (met een minimum van 70%).

Mag een medewerker thuisblijven om voor de kinderen te zorgen?
Besluit de school te sluiten en moet het kind worden opgevangen? Dan heeft uw medewerker recht op loon voor korte duur om de opvang te regelen (calamiteiten- of kortverzuimverlof). Het gaat om een redelijk te berekenen tijd en het gaat dus om acute privéproblemen. In dit geval dus enkel voor de tijd die nodig is om te zorgen voor opvang voor de kinderen.

Hoe zit het met een zieke oproepkracht?
Een al gedane oproep moet worden doorbetaald. Is er geen sprake van een oproep geweest? Dan is er ook geen sprake van loonbetaling. Uw oproepkracht heeft dan dus geen recht op loon.

Hoe zit het met een zieke uitzendkracht?
Is er sprake van een uitzendovereenkomst met uitzendbeding? Dan zou er geen recht op betaling van salaris kunnen gelden. Dit ligt echter specifiek aan de afspraken die vastgelegd zijn tussen de uitzendonderneming, de uitzendkracht en u.

Wat als ik door het coronavirus onvoldoende werk voorhanden heb om mijn medewerkers aan het werk te houden?
In bijzondere gevallen kunt u als werkgever werktijdverkorting aanvragen bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het ministerie heeft aangegeven dat het coronavirus ook een
buitengewone situatie kan zijn. Hierdoor is het mogelijk voor u als werkgever personeel korter te laten werken als er, als gevolg van het coronavirus, aantoonbaar minder werk voorhanden is.

Verruiming van de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) (19 maart 2020)

De verruimde borgstelling midden- en kleinbedrijf (BMKB)-regeling gaat versneld open. Het ministerie van EZK staat via de BMKB borg voor de kredieten aan ondernemers, zodat zij makkelijker geld kunnen lenen. Ondernemers kunnen hiervoor terecht bij kredietverstrekkers, zoals banken.

In de reguliere regeling betreft het borgstellingskrediet 50% van het krediet dat de financier, vaak een bank, verstrekt. De borg van de overheid bedraagt 90% van dit borgstellingskrediet. Met deze verruimingsmaatregel wordt de omvang van het borgstellingskrediet in de BMKB verhoogd van 50% naar 75%. Daardoor kunnen banken makkelijker en sneller krediet verruimen en hebben bedrijven de mogelijkheid om eerder en meer geld te lenen. Bovendien zal de regeling ten opzichte van de op 12 maart 2020 aangekondigde maatregelen nog verder worden verruimd en ook toepasbaar zijn op overbruggingskredieten en rekening-courantkredieten met een looptijd tot 2 jaar.

Verruiming regeling Garantie Ondernemersfinanciering (GO) (ministerie van EZK) (19 maart 2020)

Ondernemingen die problemen ondervinden bij het verkrijgen van bankleningen en bankgaranties kunnen gebruik maken van de Garantie Ondernemersfinanciering-regeling (GO). Het kabinet stelt voor het garantieplafond van de GO te verhogen van 400 miljoen naar 1,5 miljard euro. Met de GO helpt EZK zowel het MKB als grote ondernemingen door middel van een 50% garantie op bankleningen en bankgaranties,  (minimaal 1,5 miljoen – maximaal 50 miljoen euro per onderneming). Het maximum per onderneming wordt tijdelijk verruimd naar 150 miljoen euro. Het Kabinet committeert zich om alle garantieruimte te verstrekken die nodig is.