Corona compensatiemaatregelen

Actueel overzicht voor ondenemers

Verlenging en uitbreiding noodpakket banen en economie (noodpakket 2) (20 mei 2020)

Hieronder staan de belangrijkste aankondigingen van het kabinet in het nieuwe noodpakket waarvoor ruim 13 miljard euro is begroot.

Nieuwe regeling: Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB
MKB-ondernemers in onder meer de horeca, recreatie, evenementen, kermissen, podia en theaters krijgen – bovenop de tegemoetkoming loonkosten (NOW) – een belastingvrije tegemoetkoming van het ministerie van EZK om hun vaste materiële kosten te kunnen betalen. Bedrijven krijgen afhankelijk van de omvang van het bedrijf, de hoogte van de vaste kosten en de mate van omzetderving (minimaal 30 procent) een tegemoetkoming voor hun vaste lasten tot een maximum van 20.000 euro voor de komende drie maanden. Er is één miljard euro beschikbaar als tegemoetkoming voor deze ondernemingen waar meer dan 800.000 mensen werken. In aanmerking komen de getroffen sectoren uit de TOGS-regeling.

Verlenging en aanpassing regeling tegemoetkoming loonkosten (NOW)
Een ondernemer die minstens 20% omzetverlies verwacht, kan vanaf 6 juli 2020 een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen bij UWV voor juni, juli en augustus. Hierdoor kunnen bedrijven hun personeel doorbetalen. De verlengde NOW-regeling hanteert dezelfde systematiek van tegemoetkoming, maar de nieuwe regeling bevat ook wijzigingen.

De vaste (forfaitaire) opslag wordt verhoogd van 30 naar 40 procent. Daarmee levert de NOW ook een bijdrage aan andere kosten dan de loonkosten. De referentiemaand voor de loonsom wordt maart 2020. Daarnaast wordt in de al lopende NOW-regeling maart ook als uitgangspunt genomen als de loonsom in de maanden maart-mei hoger is dan in januari-maart. Dit is van belang voor seizoensgebonden bedrijven. Verder mag een bedrijf dat gebruik maakt van de NOW over dit jaar geen winstuitkering aan aandeelhouders doen, geen bonussen aan het bestuur en de directie uitkeren en geen eigen aandelen inkopen.

In de NOW 2.0 blijft de correctie op de subsidie bij ontslag bestaan, maar de subsidie wordt niet meer extra verlaagd bij bedrijfseconomisch ontslag. Bedrijven verklaren bij de nieuwe NOW-aanvraag wel dat zij overleggen met vakbonden als zij voor meer dan 20 medewerkers bedrijfseconomisch ontslag willen aanvragen. Dit sluit aan bij de regelgeving rondom collectief ontslag. Ook blijft de wettelijke bescherming bij ontslag gewoon van kracht.

Werkgevers die de NOW aanvragen, worden verplicht om hun werknemers te stimuleren om aan bij- en omscholing te gaan doen. Werkgevers leggen hier bij aanvraag van de NOW 2.0 een verklaring over af. Ter ondersteuning van initiatieven van sociale partners trekt het kabinet daarvoor 50 miljoen euro uit via het crisisprogramma NL leert door waarmee mensen vanaf juli kosteloos online scholing en ontwikkeladviezen kunnen volgen om zich aan te passen aan de nieuwe economische situatie.

Voorwaarden aan verlengde overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO)
Het kabinet verlengt de versoepelde regeling om zelfstandig ondernemers waaronder zzp’ers te ondersteunen, zodat zij een vergrote kans hebben om hun bedrijf te kunnen voortzetten. Zelfstandigen kunnen bij hun gemeente aanvullende inkomensondersteuning krijgen voor levensonderhoud. Deze vult tot eind augustus 2020 het inkomen aan tot het sociaal minimum en hoeft niet te worden terugbetaald.

De verlengde regeling bevat een partnerinkomenstoets. Dit betekent dat alleen huishoudens met een inkomen onder het sociaal minimum aanspraak kunnen maken op een tegemoetkoming in het levensonderhoud. Op deze manier wordt de ondersteuning voor levensonderhoud gericht op het garanderen van het sociaal minimum op huishoudniveau.

Ondersteuning blijft ook mogelijk in de vorm van een lening (maximaal €10.157) voor bedrijfskapitaal, tegen een verlaagd rentepercentage. Zelfstandig ondernemers wordt in de verlengde regeling gevraagd om te verklaren dat er bij hun bedrijf geen sprake is van surseance van betaling of dat het bedrijf in een staat van faillissement verkeert.

Voor ontslagen flexwerkers die niet voldoen aan de voorwaarden voor WW of bijstand werkt het kabinet op verzoek van de Tweede Kamer aan een tijdelijke en uitvoerbare oplossing. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zal de Tweede Kamer vandaag hierover apart informeren.

Verlenging belastingmaatregelen
De periode waarin getroffen ondernemers belastinguitstel kunnen aanvragen, is verlengd tot 1 september 2020. Eventuele verzuimboetes voor het niet op tijd betalen, hoeven niet te worden voldaan. De belastingrente en invorderingsrente voor alle belastingmiddelen zijn tot 1 oktober 2020 verlaagd naar 0,01%. Ook andere belastingmaatregelen, zoals een versoepeling van het urencriterium voor zzp’ers en de betaalpauze voor hypotheekverplichtingen, worden tot 1 september 2020 verlengd.

Ondernemers krijgen bij de eerste aanvraag direct drie maanden uitstel van betaling. Voor die drie maanden hoeven ze maar één keer een verzoek in te dienen (voor uitstel van alle belastingsoorten). Ondernemers kunnen ook voor een langere periode dan drie maanden uitstel aanvragen. Daarbij is van belang dat zoveel mogelijk geld dan ook echt in de bedrijven blijft. Om dit extra te waarborgen, moeten ondernemers bij uitstel langer dan drie maanden verklaren dat ze geen dividenden en bonussen uitkeren, of eigen aandelen inkopen.

Wijzigingen in NOW-regeling bij noodpakket 1 en 2 (20 mei 2020)

Met een wijziging van de huidige NOW-regeling en in de verlenging van de NOW-regeling tijdens de komende maanden, komen er onder meer wijzigingen voor seizoenbedrijven, bij bedrijfsovernames en voor bedrijven die in januari een loonsom van 0 euro hadden.

Seizoensbedrijven
Seizoensbedrijven kennen een periodegebonden omzetpiek en hebben in maart vaak meer meer personeel in dienst dan in januari. Als gevolg daarvan kunnen zij soms onvoldoende gebruik maken van de NOW. Middels verschillende wijzigingen in de eerste en tweede NOW-regeling komt het kabinet hen tegemoet. In het tweede noodpakket wordt maart de referentiemaand voor de loonsom waar de NOW-subsidie op gebaseerd is. In de huidige, lopende regeling gaat de subsidie voor een werkgever omhoog wanneer hij in de maanden maart, april en mei een hogere loonsom had dan in januari. Bij de vaststelling van de subsidie wordt dit verrekend.

Nul-aangifte
Werkgevers met een 0-loonsom in januari 2020, of geen loonsom in januari 2020 en november 2019, en die wel een loonsom in maart 2020 hebben, kunnen door de bovenstaande wijziging mogelijk alsnog in aanmerking komen voor de lopende regeling NOW 1.0.  Als zij vanwege deze reden eerder een afwijzende beschikking hebben ontvangen, zullen zij door het UWV worden benaderd.

Opslag
Daarnaast wordt in de NOW-regeling van het tweede noodpakket de vaste (forfaitaire) opslag voor onder andere vakantiegeld, pensioenpremie en andere werkgeverslasten verhoogd van 30 naar 40 procent. Daarmee wordt vanuit de NOW ook een bijdrage geleverd aan andere kosten dan de loonkosten om werkgevers nog meer te ondersteunen werkgelegenheid te behouden.

Openbaarmaking
De NOW is een subsidie. De overheid betracht bij de besteding van publiek geld zoveelmogelijk transparantie. De naam van een aanvrager, inclusief de verleende voorschotten en vastgestelde subsidie, kan openbaar gemaakt worden zonder dat daarvoor eerst een zienswijze gevraagd hoeft te worden. De minister heeft UWV verzocht deze informatie openbaar te maken. Vanaf eind juni wordt deze op de website van UWV gepubliceerd. Het gaat daarbij uitsluitend om de informatie waarvoor geen zienswijze gevraagd behoeft te worden.

Bedrijfsovernames
Soms kunnen bedrijven die recent zijn overgenomen niet of onvoldoende gebruik maken van de NOW. Dit kan voor een deel van de bedrijven worden opgelost door in situaties van overgang van onderneming in 2019 tot 1 februari 2020 de bestaande bepaling in de NOW voor startende ondernemingen te hanteren. De regeling voor startende bedrijven gaat ervanuit dat een bedrijf uiterlijk 1 februari 2020 is gestart, omdat er anders geen relevante refertemaand voor de omzet voorhanden is. Ook de wijziging van de loonsombepaling voor seizoensbedrijven kan bij bedrijfsovernames een uitkomst bieden.

Accountantsverklaringen
Het kabinet had eerder besloten om bij het definitief vaststellen van de NOW-subsidie in sommige gevallen een accountantsverklaring verplicht te stellen. Om te bepalen voor welke organisaties dat van toepassing is, zijn nu twee grenzen vastgesteld. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de reguliere grens van de Aanwijzingen voor de subsidievaststelling. Voor de NOW zal de accountantsverklaring verplicht gesteld wordt voor bedrijven die een voorschot (80% van het verleende subsidiebedrag) hebben ontvangen van €100.000,- of meer. Om te voorkomen dat een aanvrager een laag voorschot krijgt, maar bij vaststelling toch een subsidie ontvangt die (veel) hoger is dan €125.000,-, zonder dat daarbij een accountantsverklaring hoeft te worden overlegd, wordt ook bij een vastgestelde subsidie van €125.000,- of meer een accountantsverklaring vereist. Bedrijven en instellingen die een voorschot van minder dan €100.000,- hebben ontvangen zullen zelf moeten inschatten of de subsidie op €125.000,- of meer zal worden vastgesteld, waardoor ook zij een accountantsverklaring nodig hebben. Om de berekening die daarvoor nodig is te kunnen maken, zal een online rekentool beschikbaar worden gesteld.

Dat betekent dat er in situaties waarin geen accountantsverklaring nodig is, wel controle plaatsvindt. De werkgever is verantwoordelijk voor de informatie die hij bij de aanvraag en de vaststelling van de subsidie verstrekt. De werkgever dient met betrekking tot de omzet en de loonsom een zodanig controleerbare administratie te beheren, dat achteraf gecontroleerd kan worden of een subsidie terecht is verstrekt. De verzoeken tot vaststelling waarbij geen accountantsverklaring is vereist worden steekproefsgewijs gecontroleerd.

Daarnaast zal – als geen accountantsverklaring overlegd hoeft te worden – bij het verzoek om vaststelling van een subsidie met een voorschot boven de €20.000 of een vaststellingsbedrag boven de €25.000,-, een verklaring van een derde overlegd moeten worden die de omzetdaling bevestigt. Dit kan bijvoorbeeld gaan om een administratiekantoor, financieel dienstverlener, of brancheorganisatie. De Belastingdienst vraagt een dergelijke derdenverklaring ook bij uitstel van betaling bij bijzondere omstandigheden.

Openstellen tijdvak
Het aanvraagtijdvak van het eerste pakket wordt verlengd van 31 mei naar 5 juni. Dit houdt verband met twee nieuwe mogelijkheden die zijn opgenomen in de NOW: de mogelijkheid om voor de berekening van de loonsom ook te kijken naar de maanden maart, april en mei en de mogelijkheid om bij een overgang van onderneming de omzet op een afwijkende manier te bepalen (zie hierboven). Hierdoor kunnen werkgevers die in eerste instantie niet in aanmerking kwamen voor een tegemoetkoming op grond van de NOW mogelijk alsnog succesvol een aanvraag doen. De wijzigingen zullen met terugwerkende kracht gaan gelden, vanaf het moment van verzending van de brief. Werkgevers kunnen dus vanaf nu tot en met 5 juni gebruik maken van deze nieuwe mogelijkheden in de huidige regeling.

Dertiende maand
Ondernemers die een dertiende maand hebben uitgekeerd in januari komen daardoor soms onvoldoende in aanmerking voor de NOW. Waar dit terug te vinden is in de polisadministratie filtert UWV dit eruit bij de eindafrekening.

De volgende wijzigingen gelden alleen in NOW-regeling noodpakket 2:
Naast de bovenstaande wijzigingen in de NOW-regelingen, vindt het kabinet in het tweede economisch noodpakket ook de volgende wijzigingen in de NOW-regeling 2.0 passend.

Bonussen, eigen aandelen en dividend
Een bedrijf dat gebruik maakt van de verlenging van de NOW mag over dit jaar geen winstuitkering aan aandeelhouders doen, geen bonussen aan het bestuur en de directie uitkeren en geen eigen aandelen inkopen. Bonussen aan gewone medewerkers, die horen bij de normale beloningssystematiek zijn wel toegestaan. Voor concerns geldt een dergelijke voorwaarde al voor de eerste regeling.

Scholing
Werkgevers die de NOW aanvragen, worden verplicht om hun werknemers te stimuleren om aan bij- en omscholing te gaan doen, zodat werknemers zich kunnen aanpassen aan de nieuwe economische situatie. Werkgevers leggen hier bij aanvraag van de NOW 2.0 een verklaring over af. Om werkgevers en werknemers daarbij te helpen, trekt het kabinet 50 miljoen euro uit voor het crisisprogramma NL leert door, waar mensen vanaf juli kosteloos online scholing en ontwikkeladviezen kunnen volgen.

Bedrijfseconomisch ontslag
In de NOW 2.0 blijft de correctie op de subsidie bij bedrijfseconomisch ontslag bestaan, maar de subsidie wordt niet meer extra verlaagd. Bedrijven verklaren bij de nieuwe NOW-aanvraag wel dat zij overleggen met vakbonden als zij voor meer dan 20 medewerkers bedrijfseconomisch ontslag willen aanvragen. Dit sluit aan bij de regelgeving rondom collectief ontslag. Ook blijft de wettelijke bescherming bij ontslag gewoon van kracht.

Uitstel van betaling bij de belastingdienst (11 mei 2020)

Er kan voor alle aanslagen inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting (btw), loonheffingen, kansspelbelasting, accijns,  de verbruiksbelasting alcoholvrije dranken, assurantiebelasting, verhuurderheffing, energiebelasting en andere milieubelastingen en vergelijkbare belastingen in Caribisch Nederland, uitstel worden aangevraagd.

Deze regeling geldt voor alle ondernemingen die door het coronavirus in liquiditeitsproblemen komen.

De Belastingdienst geeft ondernemers die uitstel van hun belastingen aanvragen vanwege de coronacrisis, direct drie maanden uitstel zonder dat er bewijzen mee hoeven te worden gestuurd. Dat is een verdere versoepeling van eerder aangekondigde maatregelen.

Hoe uitstel aan te vragen?
Het aanvragen van uitstel van betaling is sterk vereenvoudig.

Dit kan nu ook via de website van de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft een online formulier ontwikkeld waarin de aanvraag kan worden gedaan. De ondernemer kan dit doen met zijn persoonlijke DigiD. De DigiD waarmee u inlogt, wordt niet opgeslagen. De Belastingdienst zal de DigiD ook verder niet gebruiken. Ook Jansen Schepers kan dit aanvragen door gebruik te maken van ons eigen DigiD. 

Wanneer uitstel aanvragen?
Het blijft wel belangrijk dat ondernemers op tijd aangifte doen en dat zij pas uitstel van betaling aanvragen nadat zij een (naheffings)aanslag van de Belastingdienst hebben ontvangen.

De Belastingdienst wil onnodig werk voor de ondernemer voorkomen. De ondernemer hoeft daarom maar één uitstelverzoek in te sturen. Het uitstel geldt dan niet alleen voor de bestaande belastingschuld, maar ook voor de schulden die er in de 3 daaropvolgende maanden bijkomen.

Voor alle hiervoor genoemde belastingen geldt dit versoepelde uitstelbeleid tot in ieder geval 19 juni 2020.

Langer uitstel
Mogelijk is een betalingsuitstel van 3 maanden voor ondernemers nog te kort. Ondernemers kunnen ook voor een langere periode uitstel aanvragen. De voorwaarden hiervoor worden versoepeld. Ondernemers met een belastingschuld lager dan €20.000 kunnen vanaf nu langer uitstel krijgen door bewijsstukken te sturen waaruit blijkt dat de omzetcijfers of de bestellingen/reserveringen aanzienlijk zijn gedaald ten opzichte van vorige maanden.

Heeft de ondernemer een schuld hoger dan € 20.000? Dan heeft de Belastingdienst een verklaring nodig van een zogenaamde derde deskundige zoals een accountant of brancheorganisatie. We willen dit zo eenvoudig mogelijk maken. Binnenkort verschijnt hierover meer informatie op de website van de Belastingdienst.

Zoals het er nu naar uitziet is een betalingsuitstel van 3 maanden voor veel ondernemers nog te kort. Omdat de belastingdienst een veelheid aan schriftelijke aanvragen niet aankan is onze verwachting dat een langer uitstel van meer dan 3 maanden sterk wordt versoepelt. Waarschijnlijk hierover meer duidelijkheid wanneer de (1ste)  uitstelperiode zijn einde nadert.

In het noodpakket was al opgenomen dat boetes voor het niet op tijd betalen van btw of loonheffing worden geschrapt en de invorderingsrente en de belastingrente beide naar bijna 0 procent gaan.

Let op!

  • Blijf aangifte doen van alle belastingen.
  • Is er echt sprak van zwaar weer, dan is het aan te bevelen om ook de betalingsonmacht te melden bij de Belastingdienst. Hiermee voorkomt u dat u bij een faillissement van de onderneming aansprakelijk kunt worden gesteld voor de loon- en omzetbelastingschulden van de onderneming.

Aparte melding betalingsonmacht niet meer nodig!!

Het ministerie van Financiën heeft op 7 april 2020 besloten dat een aparte melding betalingsonmacht niet meer nodig is.

U hoeft deze melding niet meer afzonderlijk te doen als u om uitstel van betaling in verband met corona gaat vragen voor loonheffingen en/of omzetbelasting van een rechtspersoon, die onder de vennootschapsbelasting valt.

Dit geldt voor zowel de al verstreken als voor de toekomstige tijdvakken.

Voorbeeld

Een bv draagt de loonheffing over de maand februari 2020 in verband met de coronacrisis niet af. Op 24 april 2020 ontvangt de vennootschap de naheffingsaanslag. Hiervoor doet de bv een verzoek om bijzonder uitstel van betaling in verband met de coronacrisis. Deze wordt als melding betalingsonmacht aangemerkt. Niet alleen voor de komende tijdvakken maar ook voor de maand februari is de melding tijdig.

 

Invorderingsrente en belastingrente
De invorderingsrente van 4% en de belastingrente van 4% of 8% wordt tijdelijk verlaagd naar 0,01% (een percentage van 0,0% is technisch niet mogelijk).
Deze verlaging van invorderingsrente, die bijvoorbeeld verschuldigd is bij uitstel van betaling, gaat in op 23 maart 2020.
De belastingrente wordt voor alle ondernemers/ondernemingen verlaagd vanaf 1 juni 2020. Voor de inkomstenbelasting geldt de verlaging vanaf 1 juli 2020.

Versoepeling urencriterium zelfstandige ondernemer (11 mei 2020)

Ondernemers en zzp’ers die het niet lukt om in de periode tussen 1 maart 2020 en 31 mei 2020 te voldoen aan het urencriterium van 24 uur per week, kunnen aanspraak blijven maken op hun ondernemersfaciliteiten. Ook als u uw uren in deze periode niet kunt maken als gevolg van de coronacrisis, zal de Belastingdienst er van uitgaan dat u deze uren wel heeft gewerkt. In lijn hiermee wordt ook het urencriterium van 800 uren per kalenderjaar in de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid versoepeld, waarbij in coronatijd er ook automatisch van uit wordt gegaan dat de betreffende ondernemers ten minste 16 uren per week aan hun onderneming hebben besteed.
Voor ondernemers die sterk seizoensafhankelijk werken, zoals in de horeca of festivalbranche, wordt ook geregeld dat ze onder de versoepeling vallen.

Uitstel inwerkingtreding wetsvoorstel excessief lenen bij de eigen vennootschap (€ 500.000) (11 mei 2020)

Het wetsvoorstel richt zich op het belasten van schulden van de directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) aan de eigen vennootschap, die hoger zijn dan € 500.000 (exclusief eigenwoningschulden). Dga’s met hogere schulden dan €500.000 willen deze in aanloop naar de beoogde inwerkingtreding (per 2022) van de wet, mogelijk verlagen. Door de coronacrisis kan het verlagen van deze schulden bemoeilijkt worden. Door de inwerkingtreding met één jaar uit te stellen tot 1 januari 2023 hebben dga’s tot 31 december 2023 (eerste peildatum) om zich voor te bereiden op het wetsvoorstel.

Fiscale coronareserve / verliesverrekening 2020 (11 mei 2020)

Het wordt voor ondernemers mogelijk om te verwachten verlies in 2020 als gevolg van de coronacrisis te verrekenen met de winst van 2019. 
Door het vormen van deze zogenaamde fiscale coronareserve wordt het voor bedrijven mogelijk een nadere (lagere) voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2019 aan te vragen. Op die manier kunnen bedrijven eerder aanspraak maken op verrekening, dan pas na de aangifte vennootschapsbelasting 2020 in 2021. 
Het kabinet zal later meer duidelijkheid verschaffen aan bedrijven over de te ondernemen stappen rondom deze coronareserves. De hoogte van deze zogenaamde fiscale coronareserve mag in ieder geval niet hoger zijn dan de winst over 2019. Bij de Belastingdienst vindt u dan nadere uitleg.
Let op: deze mogelijkheid geldt niet voor de inkomstenbelasting. 

Verruiming werkkostenregeling 2020 (11 mei 2020)

Werkgevers mogen dit jaar maximaal 3% van de fiscale loonsom tot € 400.000 (de zogeheten vrije ruimte) onbelast besteden aan de werkkostenregeling. Boven deze € 400.000 blijft het percentage van 1,2% gelden. Overstijgt de werkgever de vrije ruimte, dan is de werkgever over het bedrag van de overschrijding 80% eindheffing verschuldigd. 

De maximale uitbreiding van de ruimte is € 5.200
Werkgevers die hier ruimte voor hebben, kunnen vrij beslissen waar ze de werkkostenregeling voor inzetten; de aard van de regeling verandert niet. De verruiming van de werkkostenregeling gaat gelden voor het hele fiscale jaar 2020.

KKC-regeling: Klein Krediet Corona tot € 50.000 (11 mei 2020)

De KKC is een van de aanvullende maatregelen om ondernemers te ondersteunen vanwege de economische gevolgen van het coronavirus. De KKC is gericht op kleine ondernemers: micro-, midden- en kleinbedrijf.

Onder welke voorwaarden worden deze leningen verstrekt?
De lening staat open voor ondernemers met een omzet vanaf € 50.000 die voor de coronacrisis voldoende winstgevend waren en die zijn ingeschreven in de KvK voor 1 januari 2019.

Onder de KKC-regeling kunnen ondernemers een lening aanvragen van minimaal € 10.000 tot maximaal € 50.000. De looptijd is maximaal 5 jaar, en de rente bedraagt maximaal 4%. Daarnaast betalen ondernemers aan de staat een eenmalige premie van 2% als vergoeding.

Het feit dat de financiers nog steeds 5% van het risico dragen, heeft als nadeel dat dit zorgt voor een zorgvuldige risicobeoordeling, zodat de leningen alleen worden verstrekt aan in de kern gezonde bedrijven met voldoende terugbetaalcapaciteit. Banken moeten zich houden aan de Gedragscode Kleinzakelijke kredietverlening.

Waar kunnen ondernemers terecht voor de KKC-regeling?
In ieder geval de banken Rabobank, ABN AMRO, ING, de Volksbank en Triodos hebben toegezegd leningen via de regeling aan te bieden.

Vanaf wanneer kunnen ondernemers een aanvraag doen?
De banken hebben aangegeven dat ze – op voorwaarde van de Europese goedkeuring – half mei gereed zijn om aanvragen van ondernemers te ontvangen.

Corona-overbruggingslening (COL) vanaf € 50.000 (11 mei 2020)

Op 7 april kondigde het Kabinet aan € 100 miljoen uit te zullen trekken voor overbruggingskredieten voor startups, scale-ups en innovatieve mkb-ers.

Uitgangspunt is dat de lening een noodinstrument is, welke een tijdelijke overbrugging kan verzorgen naar “break-even” of een vervolgronde. Het betreft tijdelijke overbruggingskredieten vanaf € 50.000 tot € 2.000.000.

De Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) verstrekken op verzoek van het kabinet deze Corona-OverbruggingsLening (COL).

Voor verdere informatie verwijzen wij naar de website van ROM Nederland.

Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) (6 april 2020)

De regeling kan sinds 6 april worden aangevraagd. Klik HIER om te starten met de aanvraag.

De aanvraag wordt ingediend bij het UWV. De aanvraagperiode loopt tot en met 31 mei 2020. Werkgevers geven bij de aanvraag de verwachte omzetdaling op. Als UWV positief oordeelt, keert UWV een voorschot van 80% uit. Dat gebeurt in drie termijnen. Het eerste deel van het voorschot wordt uitgekeerd binnen twee tot vier weken na de indiening van de aanvraag, al verwacht UWV dat dit voor de meeste bedrijven sneller kan. 

Binnen 24 weken na afloop van de aaneengesloten periode van 3 maanden waarover de NOW is toegekend, dient de werkgever vaststelling van de subsidie aan te vragen. In beginsel is hiervoor een accountantsverklaring vereist. Vervolgens zal UWV binnen 52 weken een eindafrekening doen. Die kan hoger of lager uitvallen dan bij de eerste opgave werd verwacht

Al ingediende aanvragen voor werktijdverkorting worden beschouwd als ingediende aanvragen voor de nieuwe regeling. Hiervoor zal aanvullende informatie worden opgevraagd bij werkgevers.

Bedrijven die gedurende drie maanden ten minste 20 procent omzetverlies hebben, kunnen met de NOW vanaf 1 maart een tegemoetkoming van maximaal 90 procent van de loonsom krijgen naar rato van de omzetdaling. Bij een omzetverlies van 100 procent is dat 90 procent, bij bijvoorbeeld 50 procent omzetverlies wordt dat dan 45 procent van de totale loonsom. 

De regeling is ook van toepassing op werknemers waarvoor geen loondoorbetalingsplicht geldt zoals oproepkrachten.

Voorwaarden toepassing van de NOW regeling:

Er gelden 2 voorwaarden:

  1. Werkgevers moeten hun medewerkers hun reguliere salaris blijven doorbetalen. Het niet betalen van vakantiegeld heeft derhalve geen gevolgen voor het beroep op de NOW regeling.
  2. Werkgevers mogen na 17 maart 2020 geen aanvraag doen voor ontslag om bedrijfseconomische redenen (bij het UWV) gedurende het tijdvak waarover de subsidie is verlend;

Het verlenen van proeftijdontslag, het niet verlengen van bepaalde tijd contracten en het sluiten van vaststellingsovereenkomsten wegens een verstoorde arbeidsrelatie staan derhalve niet in de weg aan het doen van beroep op de NOW regeling.

Omzet

In de regeling spelen twee variabelen een grote rol: de omzet en de loonsom. Hoe hoger het omzetverlies, hoe hoger de tegemoetkoming in de loonsom voor de werkgever. Om de hoogte van het omzetverlies te bepalen, moeten werkgevers eerst hun totale omzet uit 2019 delen door vier. Deze omzet moet vervolgens worden vergeleken met de omzet 2020 in een aangesloten meetperiode van 3 maanden die start op 1 maart, 1 april of 1 mei (bijvoorbeeld van 1 april t/m 30 juni). ok een periode aangeven voor de omzetvergelijking die één of twee maanden later start.

Voor de definitie van omzet wordt aangesloten bij de omzetdefinitie in het jaarrekeningenrecht.

Het omzetverlies kan eenvoudig worden berekend. Het SZW en UWV hebben hiervoor een website gemaakt. Klik HIER voor de rekenhulp omzetverlies.

 

Geldt de regeling ook voor startende ondernemers? 

Ja, mits er al voor 1 maart minstens een maand omzet is gedraaid.

Heeft u uw bedrijf gestart na 1 januari 2019? Dan geldt voor u een andere meetperiode voor de omzetberekening dan bedrijven die heel 2019 al bestaan. Voor u geldt dat de maanden vanaf het moment uw bedrijfsuitoefening is aangevangen tot en met februari 2020 worden genomen, omgerekend naar 3 maanden. Uw omzet wordt in de driemaandsperiode in 2020 (meetperiode) naar rato vergeleken met de omzet vanaf de kalendermaand dat de bedrijfsuitoefening is begonnen. 

Concern

Als een bedrijf uit een aantal bedrijfsonderdelen (rechtspersonen) bestaat die samen een concern vormen, wordt de omzetdaling van het hele concern aangehouden. Anders kan de organisatie van het concern grote invloed hebben op de hoogte van de subsidie. En het kabinet vindt het daarnaast aan een concern om verantwoordelijk met medewerkers om te gaan als over het geheel genomen geen sprake is van een forse omzetdaling.

Loonsom

Voor de loonsom worden gegevens uit de loonaangifte bij de Belastingdienst gebruikt. Deze neemt UWV automatisch over. UWV neemt hierbij als grondslag het zogenaamde socialeverzekeringsloon. Hier komt voor alle bedrijven dezelfde opslag van 30 procent bovenop voor werkgeverslasten zoals de opbouw van het vakantiegeld, pensioen en de werkgeverspremies. Er zit daarnaast een maximum aan het loon per werknemer van 9538,- euro per maand. Salaris boven dit bedrag wordt niet gecompenseerd. Ruim 98,5 procent van de werkenden valt onder dit maximum.

De loonsom in de subsidieperiode wordt vergeleken met de loonsom van januari zoals bekend bij de Belastingdienst. Als die ontbreekt, wordt de loonsom van november 2019 genomen. Om calculerend gedrag te voorkomen, worden wijzigingen in de loonaangifte van januari die na 15 maart zijn doorgegeven, voor deze regeling niet meegenomen. Vanwege het belang van de loonsom voor de subsidie is het belangrijk dat werkgevers tijdig loonaangifte blijven doen bij de Belastingdienst.

 Flexwerkers

Iedereen voor wie loonaangifte wordt gedaan en verzekerd is voor de WW, ZW of WIA, valt onder de loonsom waarvoor subsidie ontvangen kan worden. Ook het salaris van flexwerkers wordt gecompenseerd, er is geen onderscheid naar contractvorm. Het kabinet roept werkgevers samen met de werkgevers- en werknemersorganisaties op om, indien mogelijk, flexwerkers door te betalen. Als de loonsom krimpt omdat er minder mensen doorbetaald worden, daalt de tegemoetkoming mee. 

Deblokkeren g-rekening (3 april 2020)

Bedrijven die personeel uitzenden, uitlenen of detacheren en g-rekeningen gebruiken, kunnen bij de Belastingdienst verzoeken om deze rekeningen te laten deblokkeren.

Normaal wordt dan alleen het zogenoemde overschot op de g-rekening vrijgegeven. Door de coronacrisis kunnen tijdelijk ook bedragen worden vrijgegeven die zijn opgelegd als (naheffings)aanslagen loonheffingen of btw. Voor die aanslagen moet u dan wel eerst bijzonder uitstel van betaling vragen vanwege de coronacrisis. De verruimde deblokkeringsmogelijkheid geldt dan voor bedragen waarvoor we bijzonder uitstel hebben verleend.

 Hoe aan te vragen?

  • Vraag eerst uitstel van betaling aan voor de loon- en omzetbelasting
  • Verzoek vervolgens om deblokkering van de g-rekening. Hiervoor kunt u DIT formulier gebruiken.

Invulinstructie formulier.

  • Bij rubriek 3 geeft u aan dat u door de uitbraak van het coronavirus in betalingsproblemen bent gekomen.
  • Bij rubriek 4 geeft u aan voor welk bedrag u deblokkering vraagt. Splits het bedrag in het overschot – en het bedrag waarvoor u uitstel van betaling hebt gevraagd.
  • Bij rubriek 5 geldt de machtiging tot verrekenen niet voor het bedrag waarvoor we u uitstel van betaling hebben gegeven vanwege de coronacrisis.

Als de belasting het verzoek honoreert ontvangt u een brief. Zij streven dit te doen binnen 4 weken.

Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS) (Noodloket € 4.000) (11 mei 2020)

Ondernemers die hun inkomsten geheel of grotendeels zien verdampen door de overheidsmaatregelen om corona te bestrijden, kunnen aankloppen bij een noodloket. Daar kunnen zij een tegemoetkoming van € 4.000 aanvragen. De tegemoetkoming is eenmalig € 4.000 per onderneming. De tegemoetkoming is dus niet per vestiging.

De regeling wordt uitgevoerd door het RVO.

De regeling kan worden aangevraagd van vrijdag 27-03-2020 t/m vrijdag 26-06-2020 via rvo.nl/tegemoetkomingcorona.

Helaas is de regeling niet bedoeld voor alle bedrijfsactiviteiten/sectoren waarin de ondernemers hun inkomen verdienen. Hieronder een overzicht van de bedrijfsactiviteiten/sectoren waarvoor deze regeling onder andere geldt:

  • Eet- en drinkgelegenheden: o.a. restaurants, cafetaria, eventcatering, cafés
  • Haar- en schoonheidsverzorging: o.a. kappers, pedicures, visagisten
  • Evenementenlocaties en organisatoren
  • Sauna’s, solaria, zwembaden, fitnesscentra, sportclubs en sportevenementen
  • Bepaalde private culturele instellingen, zoals musea, circussen, theaters, schouwburgen, bioscopen en instellingen voor cultureel onderwijs
  • Rijschoolhouders
  • De reisbranche, zoals reisbemiddelingsbureaus en reisorganisatoren
  • Casino’s
  • Bepaalde groepen ondernemers in de non-food, zoals winkeliers

In april heeft het kabinet besloten om het aantal ondernemingen dat in aanmerking komt voor de regeling verder uit te breiden. De lijst met vastgestelde SBI-codes is HIER te lezen.

Voor elke bedrijfsactiviteit/sector geldt een SBI-code. SBI staat voor Standaard Bedrijfsindeling en geeft aan wat de hoofdactiviteit van een bedrijf is. De SBI-code van uw onderneming staat in het uittreksel van het handelsregister.

  • Als eenmanszaak kunt u uw SBI-code GRATIS bekijken op de website van de KvK . Hiervoor heeft u wel uw DigiD code nodig.
  • Overige ondernemers kunnen via de KVK HR app ook gratis hun SBI code raadplegen. Via de app kan je 30 producten gratis aankopen.
  • Klanten van Jansen Schepers kunnen hun SBI-code ook opvragen bij hun contactpersoon

Als ondernemers door een verkeerde registratie van een hoofdactiviteit tussen wal en schip dreigen te vallen, zal de overheid per geval bekijken of de ondernemer toch in aanmerking.  Die flexibiliteit is er gelukkig. Wel zal dit vertraging opleveren in de uitbetaling van het bedrag.

Maatwerk bij criteria SBI-codes

Denkt u dat u recht heeft op de TOGS-regeling, maar bent u geregistreerd onder een andere SBI-code in het Handelsregister? Dan kunt u dit melden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). RVO zal per geval naar de registratie kijken.

VOORWAARDEN

Om in aanmerking te komen voor de Tegemoetkoming schade COVID-19, moet u voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Uw onderneming is voor 15 maart 2020 opgericht en ingeschreven in het KVK Handelsregister.
  • In uw onderneming werken maximaal 250 personen. Dit blijkt uit de inschrijving in het KVK Handelsregister.
  • De hoofdactiviteit van uw onderneming is op 15 maart 2020 geregistreerd onder een van de vereiste KVK SBI-codes.
  • U verklaart ten minste één vestiging met een ander adres te hebben dan uw privéadres. Of u verklaart een vestiging te hebben die fysiek is afgescheiden van uw privéwoning, en die een eigen opgang of toegang heeft. Uitgezonderd zijn horecaondernemingen met SBI-code 56.10.1, 56.10.2 en 56.30 en ambulante handel (waaronder markthandel, taxivervoer, auto- en motorrijscholen en kermisattracties). Bij deze ondernemingen mag het privéadres van de eigenaar/eigenaren wel gelijk zijn aan het vestigingsadres.
  • Niet-horecaondernemingen verklaren ten minste één vestiging met een ander adres te hebben dan het privéadres van de eigenaar/eigenaren. Bij deze ondernemingen mag het privéadres van de eigenaar/eigenaren dus niet gelijk zijn aan het vestigingsadres.
  • Uitgezonderd zijn horecaondernemingen met SBI-code 56.10.1, 56.10.2 en 56.30. Zij verklaren in elk geval één horecagelegenheid te huren, pachten of in eigendom te hebben.
    Bij deze ondernemingen mag het privéadres van de eigenaar/eigenaren wel gelijk zijn aan vestigingsadres.
  • U geeft bij de aanvraag een bankrekeningnummer op dat op naam van de onderneming staat.
  • Uw onderneming is niet failliet.
  • Uw onderneming heeft geen verzoek tot verlening van surseance van betaling ingediend bij de rechtbank.
  • U verklaart in de periode van 16 maart 2020 t/m 15 juni 2020 een omzetverlies te verwachten van ten minste € 4.000.
  • U verklaart in de periode van 16 maart 2020 t/m 15 juni 2020 ten minste € 4.000 aan vaste lasten te verwachten. Ook na gebruik van andere door de overheid beschikbaar gestelde steunmaatregelen.
  • U verklaart dat u over het huidige en de afgelopen 2 belastingjaren niet meer dan € 200.000 aan overheidssteun heeft ontvangen (de-minimisverordening). Heeft uw onderneming het gehele bedrag van € 200.000 al uitgeput? Dan komt u niet in aanmerking voor de regeling.
  • Uw onderneming verklaart geen overheidsbedrijf te zijn.

Door de enorme drukte is de website niet altijd bereikbaar. Wij bevelen u aan om uw aanvraag wel alvast voor te bereiden door alvast een aantal benodigde gegevens te verzamelen, dit zijn:

  • het KVK-nummer van uw onderneming (let op: niet het vestigingsnummer/RSIN)
  • de SBI-code van de hoofdactiviteit van uw onderneming;
  • het bankrekeningnummer van uw onderneming;
  • het correspondentie- en bezoekadres van uw onderneming;
  • uw contactgegevens: naam, telefoonnummer, e-mailadres.

Wanneer u graag wilt Jansen Schepers de aanvraag voor u verzorgt moeten wij zijn gemachtigd. Deze machtiging wordt bij controles van deze regeling opgevraagd. Het machtigingsformulier kunt u HIER downloaden. Graag ontvangen wij dit machtigingsformulier getekend en gedateerd retour. Middels onze EHerkenning loggen wij dan in en vragen de regeling voor u aan.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) (31 maart 2020)

Er is een tijdelijke voorziening voor tenminste drie maanden voor inkomensondersteuning voor gevestigde zelfstandig ondernemers en ZZP-ers die door de coronacrisis in de knel zitten. Deze tijdelijke regeling is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz), maar op meerdere punten zijn de voorwaarden veel soepeler.

De regeling geldt tot 1 juni 2020 en werkt terug tot 1 maart 2020. De regeling moet worden aangevraagd in de gemeente waarin de zelfstandige ondernemer woonachtig is. Dus wanneer u pas in mei in de financiële problemen komt, kunt u op dat moment een aanvraag indienen.

 De tijdelijke voorziening bestaat uit:

  1. Maximaal drie maanden  inkomensondersteuning tot aan het sociaal minimum. De uitkering bedraagt maximaal €1.500 netto afhankelijk van het inkomen en gezinssamenstelling.
  2. Een lening voor bedrijfskapitaal van maximaal € 10.517. Dit bedrag dient wel terugbetaald te worden. De lening is binnen vier weken beschikbaar. De rente bedraagt 2%. De maximale looptijd van de lening is 3 jaar. Tot januari 2021 hoeft er niet op de lening worden afgelost.

 Om in aanmerking te komen gelden een aantal specifieke eisen:

  • gevestigde zelfstandigen, vanaf 18 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd;
  • woonachtig en rechtmatig verblijvend in Nederland;
  • Nederlander of daarmee gelijkgesteld;
  • het bedrijf of zelfstandig beroep wordt in Nederland uitgeoefend;
  • voldoet aan wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf, waaronder ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel;
  • is vóór 1 januari 2020 gestart met de onderneming en voldoet aan het urencriterium, d.w.z. minimaal 1.225 uur per jaar werkzaam in het eigen bedrijf of zelfstandig beroep;
  • woonachtig in de gemeente, waar aanvullende inkomensondersteuning wordt aangevraagd. 
  • In het bezit van meer dan 50% van de aandelen, alleen of samen met eventueel andere in de BV werkzame personen. De regeling geldt dus ook voor DGA’s!

 Weet u het niet zeker bekijk dan HIER of u aan in aanmerking komt voor de regeling

 Vanwege de bijzondere situatie wordt is de regeling op de volgende punten soepeler dan de Bbz-regeling:

  • De toets op levensvatbaarheid wordt niet toegepast, waardoor een snelle behandeling van aanvragen mogelijk is. 
  • Daarmee wordt binnen 4 weken voor een periode van maximaal 3 maanden inkomensondersteuning voor levensonderhoud verstrekt. Daarbij kan er met voorschotten worden gewerkt.
  • De inkomensondersteuning voor levensonderhoud hoeft later niet terugbetaald te worden.
  • Er is in deze tijdelijke regeling geen sprake van een vermogens- of partnertoets. 
  • Bij de verstrekking van een lening voor bedrijfskapitaal wordt de mogelijkheid tot uitstel van de aflossingsverplichting opgenomen. 
  • Bij de verstrekking van een lening voor bedrijfskapitaal wordt een lager rentepercentage gehanteerd, dan in het Bbz geldt. De gehanteerde rente is nog niet bekend.

 De aanvraag kan sinds 23 maart bij steeds meer gemeenten worden aangevraagd. Voor meer informatie over het aanvragen verwijzen wij naar de instructies op website van uw eigen gemeente. Deze site met instructies kunt u HIER opzoeken per gemeente.

Verlaging van de voorlopige aanslag (17 maart 2020)

Verwacht u een lagere winst door de uitbraak van corona en is er al een voorlopige aanslag
inkomstenbelasting 2020 of vennootschapsbelasting 2020 opgelegd? Dan kan de voorlopige aanslag
worden verlaagd. Het verzoek tot aanpassing dient digitaal ingediend te worden.

Vaste reiskostenvergoeding en thuiswerken vanwege het coronavirus (11 mei 2020)

Tussen werkgever en werknemer zijn vaak afspraken gemaakt over een vaste vergoeding voor de reiskosten van en naar werk. Door de coronacrisis wordt er zoveel mogelijk thuisgewerkt, waardoor er minder reiskosten zijn. Het kabinet heeft besloten dat thuiswerken door de coronacrisis toch geen invloed heeft op de vaste reiskostenvergoeding.

Bent u werkgever, en heeft u met uw werknemer een vaste reiskostenvergoeding afgesproken? Dan kunt u deze gewoon aanhouden. Zolang de crisismaatregelen gelden, mag u blijven uitgaan van het reispatroon waarop de vergoeding was gebaseerd. Dat mag ook als u een nacalculatie voor de vaste reiskostenvergoeding doet.

Banken geven kleinere bedrijven half jaar uitstel van aflossingen (20 maart 2020)

Kleinere Nederlandse ondernemingen met een financiering tot 2,5 miljoen euro kunnen een half jaar uitstel krijgen van de aflossing op hun leningen. Dat zijn ABN AMRO, ING, Rabobank, de Volksbank en Triodos Bank overeengekomen, meldt de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) donderdag.

De maatregel heeft als doel om kleinere ondernemingen wat lucht te geven en is bedoeld als aanvulling van het noodpakket dat dinsdag werd gepresenteerd door het kabinet. Door de uitbraak van het coronavirus komen veel MKB-bedrijven in de knel door het teruglopende aantal consumenten.

De banken zijn nog in gesprek over maatregelen voor grotere bedrijven, met een financiering van boven de 2,5 miljoen euro. “Het gaat hierbij om een minimumregeling waarop banken aanvullend maatwerk kunnen leveren voor zakelijke klanten”, aldus de NVB.

ABN AMRO
Klanten met een lopend krediet tot 2,5 miljoen euro zes maanden uitstel van rente en aflossingen. In april tot en met september worden voor deze bedrijven geen betalingen voor aflossing en rente geïncasseerd. Zij kunnen deze termijnen later voldoen. Is er geen uitstel nodig, dan dient dit te worden gemeld bij uw eigen bank. Doe dit uiterlijk 31 maart!

Rabobank en ING
Klanten van de Rabobank en ING dienen zelf uitstel van rente en aflossingen aan te vragen. Er wordt maximaal 6 maanden uitstel verleend.
Uitstel bij de Rabobank kan worden aangevraagd via de website van de Rabobank

Klanten bij ING dienen zelf contact op te nemen met de bank om afspraken te maken. Meer informatie is te vinden op de speciale pagina ING.

Particuliere hypotheek of lening bij de ABN AMRO (20 maart 2020)

Heeft u een hypotheek of lening bij ABN AMRO en maakt u zich zorgen, dat u uw maandlasten (tijdelijk) niet kunt betalen door de coronacrisis? Binnenkort kunt u voor 3 maanden uitstel van betaling aanvragen. De details en voorwaarden zijn nog niet bekend. Houdt hiervoor de website van de ABN AMRO bank in de gaten.

Heeft u een hypotheek of lening bij een andere bank en maakt u zich ook zorgen, dat u uw maandlasten (tijdelijk) niet kunt betalen door de coronacrisis? Houdt de website van uw bank in de gaten. Alle banken zijn momenteel bezig te onderzoeken hoe zij u op enigerlei wijze tegemoet kunnen komen.

Rentekorting kleine ondernemers op microkredieten (19 maart 2020)

Microkredietenverstrekker Qredits financiert en coacht een grote groep kleine en startende ondernemers, die via de bank vaak moeilijk aan financiering komen. Te denken valt aan ondernemers in de horeca, detailhandel, persoonlijke verzorging, de bouw en zakelijke dienstverlening. Qredits stelt een tijdelijke crisismaatregel open: voor kleine ondernemers die geraakt worden door de coronaproblematiek wordt uitstel van aflossing aangeboden voor de duur van zes maanden en de rente gedurende deze periode automatisch verlaagd naar 2%. Het kabinet ondersteunt Qredits voor deze maatregel met maximaal 6 miljoen euro.

De arbeidsrechtelijke gevolgen voor uw medewerkers (17 maart 2020)

Het is een hot item: het coronavirus. Het RIVM roept vrijwel dagelijks nieuwe maatregelen in het leven en dat heeft onder andere (grote) gevolgen voor werkend Nederland. Wanneer heeft een medewerker bijvoorbeeld recht op loon? Wat als een medewerker een kind heeft dat door sluiting van de school thuis moet blijven? En wat moet u doen als u een zieke oproepkracht heeft? Deze en andere arbeidsrechtelijke vragen en antwoorden hebben we voor u op een rij gezet.


Heeft een medewerker die preventief wordt thuisgelaten recht op loon?
Ja, als u als werkgever de medewerker verzoekt of verplicht om preventief thuis te blijven, dan heeft de medewerker recht op doorbetaling van loon. Als werkgever bent u echter wel verplicht om voor een veilige werkplek te zorgen. Is er gegronde vrees dat een medewerker besmet is of besmet kan worden? Dan kunt u als werkgever de medewerker verplichten om thuis te werken. In de overige gevallen is het van meerdere factoren afhankelijk of de medewerker thuis mag en kan werken.

Mag een medewerker die niets mankeert zelf beslissen preventief thuis te blijven?
Nee, behalve bij gegronde vrees voor besmetting op het werk. Blijft de medewerker zonder goede reden thuis? Dan heeft hij geen recht op loon.
Als werkgever bent u echter wel verplicht om voor een veilige werkplek te zorgen. Is er gegronde vrees dat een medewerker besmet is? Dan kunt u als werkgever de medewerker verplichten om thuis te werken. In de overige gevallen is het van meerdere factoren afhankelijk of de medewerker thuis mag en kan werken.

Heeft een medewerker die in quarantaine zit (maar niet ziek is) recht op loon?
Ja, als de medewerker in quarantaine zit en thuis kan werken, heeft hij recht op loon.

Hoe zit het met een medewerker die ziek is?
Heeft u een zieke medewerker? Dan is de Wet Poortwachter van toepassing en moet er gehandeld worden conform het ziekteverzuimprotocol van uw organisatie. Ook het loon moet dan conform de arbeidsovereenkomst/CAO/wet worden doorbetaald (met een minimum van 70%).

Mag een medewerker thuisblijven om voor de kinderen te zorgen?
Besluit de school te sluiten en moet het kind worden opgevangen? Dan heeft uw medewerker recht op loon voor korte duur om de opvang te regelen (calamiteiten- of kortverzuimverlof). Het gaat om een redelijk te berekenen tijd en het gaat dus om acute privéproblemen. In dit geval dus enkel voor de tijd die nodig is om te zorgen voor opvang voor de kinderen.

Hoe zit het met een zieke oproepkracht?
Een al gedane oproep moet worden doorbetaald. Is er geen sprake van een oproep geweest? Dan is er ook geen sprake van loonbetaling. Uw oproepkracht heeft dan dus geen recht op loon.

Hoe zit het met een zieke uitzendkracht?
Is er sprake van een uitzendovereenkomst met uitzendbeding? Dan zou er geen recht op betaling van salaris kunnen gelden. Dit ligt echter specifiek aan de afspraken die vastgelegd zijn tussen de uitzendonderneming, de uitzendkracht en u.

Wat als ik door het coronavirus onvoldoende werk voorhanden heb om mijn medewerkers aan het werk te houden?
In bijzondere gevallen kunt u als werkgever werktijdverkorting aanvragen bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het ministerie heeft aangegeven dat het coronavirus ook een
buitengewone situatie kan zijn. Hierdoor is het mogelijk voor u als werkgever personeel korter te laten werken als er, als gevolg van het coronavirus, aantoonbaar minder werk voorhanden is.

Verruiming van de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) (19 maart 2020)

De verruimde borgstelling midden- en kleinbedrijf (BMKB)-regeling gaat versneld open. Het ministerie van EZK staat via de BMKB borg voor de kredieten aan ondernemers, zodat zij makkelijker geld kunnen lenen. Ondernemers kunnen hiervoor terecht bij kredietverstrekkers, zoals banken.

In de reguliere regeling betreft het borgstellingskrediet 50% van het krediet dat de financier, vaak een bank, verstrekt. De borg van de overheid bedraagt 90% van dit borgstellingskrediet. Met deze verruimingsmaatregel wordt de omvang van het borgstellingskrediet in de BMKB verhoogd van 50% naar 75%. Daardoor kunnen banken makkelijker en sneller krediet verruimen en hebben bedrijven de mogelijkheid om eerder en meer geld te lenen. Bovendien zal de regeling ten opzichte van de op 12 maart 2020 aangekondigde maatregelen nog verder worden verruimd en ook toepasbaar zijn op overbruggingskredieten en rekening-courantkredieten met een looptijd tot 2 jaar.

Verruiming regeling Garantie Ondernemersfinanciering (GO) (ministerie van EZK) (19 maart 2020)

Ondernemingen die problemen ondervinden bij het verkrijgen van bankleningen en bankgaranties kunnen gebruik maken van de Garantie Ondernemersfinanciering-regeling (GO). Het kabinet stelt voor het garantieplafond van de GO te verhogen van 400 miljoen naar 1,5 miljard euro. Met de GO helpt EZK zowel het MKB als grote ondernemingen door middel van een 50% garantie op bankleningen en bankgaranties,  (minimaal 1,5 miljoen – maximaal 50 miljoen euro per onderneming). Het maximum per onderneming wordt tijdelijk verruimd naar 150 miljoen euro. Het Kabinet committeert zich om alle garantieruimte te verstrekken die nodig is.